Oorsprong; oorsprongscertificaten en vertrouwensbeginsel

Een importeur wordt onaangenaam verrast met een navordering van de douanerechten. De Douane heeft gesteld dat ten onrechte preferentie is gevraagd bij de invoer van haar producten. Volgens de Douane was het oorsprongscertificaat dat bij de invoer was gebruikt vals afgegeven. Aanleiding voor deze vaststelling was een door de OLAF uitgevoerde controle naar de juistheid van de afgegeven oorsprongscertificaten in Maleisie. De afgevende instantie van het oorsprongscertificaat was ten tijde van de afgifte van het certificaat overigens nauw betrokken bij het OLAF onderzoek. Ruim een jaar na de invoer van de producten, voert de Nederlandse Douane een controle uit op de certificaten en stuurt deze ter controle in naar Maleisië. De Kamer van Koophandel in het land van uitvoer stelt vervolgens vast dat dit certificaat voldoet aan de gestelde eisen en geeft hiermee nogmaals aan dat de afgifte hiervan terecht heeft plaatsgevonden. Weer ruim een jaar later stelt de Douane dat het OLAF onderzoek heeft aangetoond dat betreffende oorsprongscertificaat niet had mogen worden afgegeven. Met tussenkomst van ons beriep de importeur zich nu met succes op het vertrouwen dat zij mocht ontlenen aan de actieve gedraging van de Douane of diens vertegenwoordigdende instantie in Maleisie, dat met het onderzoek van het certificaat de importeur zich mocht beroepen op een vergissing van de autoriteiten en zodoende geen rechten hoefde te voldoen.