Cases

AEO Classificatie; artikelstambestand

Bij een van de grotere logistiek dienstverleners heeft de Douane onlangs een veldtoets AEO uitgevoerd. Bij deze controle is onder meer gekeken naar de indeling van goederen in de gecombineerde nomenclatuur.

Vastgesteld werd dat in een groot aantal gevallen de GN/taric-code werd vastgesteld op het moment van het doen van de aangifte. Van de vastgestelde code werd weliswaar een aantekening gemaakt, van een gestructureerde vastlegging was geen sprake. Het gevolg was dat in een aantal gevallen werd geconstateerd dat voor dezelfde goederen verschillende codes werden gebruikt.

Naar aanleiding van deze constatering heeft de logistieke dienstverlener bijstand gevraagd aan een externe partij. Bijstand in de vorm van het in overleg opstellen van een artikelstambestand (hierna ASB) waarin goederen gekoppeld kunnen worden aan GN/taric-codes en waarin alle andere voor de Douane relevante gegevens aan de goederen kunnen worden gekoppeld.

Uitgangspunt werd de informatie die de logistiek dienstverlener nodig had en die beschikbaar was bij de importeur. De importeur beschikt immers doorgaans over essentiële informatie voor het vaststellen van de juiste codes. Per importeur werd een ASB opgesteld. Om het juiste draagvlak te creëren is ook met de importeurs gesproken. Tijdens deze gesprekken is het belang van een goed ASB besproken.

Naast het vaststellen van het ASB zijn er ook procedures opgesteld voor o.a.:

  • Wijzigingen in het ASB alleen door geautoriseerde personen;
  • Wijzigingen in het ASB altijd in overleg met de importeur;
  • Periodieke check op actualisatie van het ASB;
  • Periodieke check door middel van de transponeringstabellen; en
  • Verantwoordelijkheden van de importeur.

Door per importeur een logboek bij te houden van de mutaties kan te allen tijde vastgesteld worden waar wijzigingen hebben plaatsgevonden in het productassortiment en het ASB is aangepast/uitgebreid.

De uitwerking van bovenstaand project heeft uiteindelijk geleid tot een actueel ASB waarin de juiste codes zijn opgenomen en procedures die zijn overeengekomen met importeur, logistiek dienstverlener en Douane zijn vastgelegd. In overleg met de Douane kon worden vastgesteld dat de uitwerking in overeenstemming was met de gestelde AEO vereisten.

Regres; succesvol verhaal op importeur

Een expediteur heeft aangiftes gedaan in opdracht van een importeur van elektronica. Ondanks de machtiging voor directe vertegenwoordiging, werd de aangifte op eigen naam gedaan. Na een bij de onderneming ingestelde controle legde de Douane een naheffingsaanslag (“UTB”) op. Niet alleen worden douanerechten nagevorderd, maar ook een aanzienlijk bedrag aan anti-dumpingrechten. De UTB diende – zoals gebruikelijk – binnen 10 dagen te worden voldaan.

Customs Knowledge ging natuurlijk in bezwaar, maar ondertussen wilde de expediteur de UTB verhalen op haar opdrachtgever. Daarbij riep zij de toepasselijkheid van de FENEX-condities in. Echter, de importeur betwistte de toepasselijkheid ervan. De expediteur zocht desalniettemin regres bij de opdrachtgever.

De procedures die hieruit voortvloeiden resulteerden uiteindelijk in een succesvol verhaal op de importeur. In eerste instantie werd een garantie gesteld en later werd de UTB volledig voldaan door de importeur. Dit is natuurlijk een mooi resultaat, maar het was wel nodig dat de expediteur moest gaan procederen. Dit alles had gemakkelijk opgelost kunnen worden indien het bedrijf als direct-vertegenwoordiger zou zijn opgetreden. Een andere oplossing is ook om meer aandacht te besteden aan de overeenkomst die het bedrijf sluit met haar klant.

AEO; pro-actief

Door de directie van een grote handelsonderneming in verbruiksartikelen werd Customs Knowledge ingeschakeld om de staat van de AEO-vergunning te onderzoeken. Het bedrijf wilde pro-actief zekerstellen dat de onderneming nog voldeed aan de voorwaarden in het kader van compliance en monitoring.

Customs Knowledge heeft onder andere een review gedaan op de bestaande processen. Na het uitvoeren van een externe audit, heeft Customs Knowledge aanvullende procedures en interne controles aanbevolen om vervolgens te komen tot een sluitend AEO-Control Framework. Op basis hiervan is het bedrijf pro-actief haar AEO-status gaan rapporteren aan de Douane.

Oorsprong; oorsprongscertificaten en vertrouwensbeginsel

Een importeur wordt onaangenaam verrast met een navordering van de douanerechten. De Douane heeft gesteld dat ten onrechte preferentie is gevraagd bij de invoer van haar producten. Volgens de Douane was het oorsprongscertificaat dat bij de invoer was gebruikt vals afgegeven. Aanleiding voor deze vaststelling was een door de OLAF uitgevoerde controle naar de juistheid van de afgegeven oorsprongscertificaten in Maleisie. De afgevende instantie van het oorsprongscertificaat was ten tijde van de afgifte van het certificaat overigens nauw betrokken bij het OLAF onderzoek. Ruim een jaar na de invoer van de producten, voert de Nederlandse Douane een controle uit op de certificaten en stuurt deze ter controle in naar Maleisië. De Kamer van Koophandel in het land van uitvoer stelt vervolgens vast dat dit certificaat voldoet aan de gestelde eisen en geeft hiermee nogmaals aan dat de afgifte hiervan terecht heeft plaatsgevonden. Weer ruim een jaar later stelt de Douane dat het OLAF onderzoek heeft aangetoond dat betreffende oorsprongscertificaat niet had mogen worden afgegeven. Met tussenkomst van ons beriep de importeur zich nu met succes op het vertrouwen dat zij mocht ontlenen aan de actieve gedraging van de Douane of diens vertegenwoordigdende instantie in Maleisie, dat met het onderzoek van het certificaat de importeur zich mocht beroepen op een vergissing van de autoriteiten en zodoende geen rechten hoefde te voldoen.

Douanewaarde; verzoek tot terugbetaling na douanescan

Een importeur heeft met zijn leverancier afgesproken dat er een kwantum korting wordt verleend indien zij op enig moment meer dan een in het contract bepaalde hoeveelheid goederen heeft afgenomen. De te verkrijgen korting geldt dan voor het hele jaar (met terugwerkende kracht). Hiervoor wordt door de leverancier eenmalig voor de reeds ingevoerde zendingen een credit-nota opgesteld. Nadat wij bij deze klant een douanescan hadden uitgevoerd kwamen we tot de conclusie dat de klant geen verzoek tot terugbetaling had ingediend. Gelukkig voor de klant was de termijn van drie jaar waarbinnen het verzoek kon worden ingediend nog niet verstreken. Het verzoek werd alsnog ingediend en gehonoreerd. Bovenstaande casus staat zeer zeker niet opzichzelf. Overigens blijkt hieruit ook het belang van een goede opleiding c.q. regelmatige bijscholing over verschillende douane-onderwerpen (met name de heffingsgrondslagen) zodat deze problematiek sneller kan worden ontdekt.

Classificatie; reactie op voornemen opleggen UTB

De Douane controleert in het kader van een Controle na invoer. Vastgesteld wordt dat bepaalde artikelen niet juist zijn ingedeeld in de Gecombineerde Nomenclatuur. In het voornemen (concept-controlerapport) zijn de gronden van de correctie door de Douane beschreven. Een uitnodiging tot betaling is op dat moment nog niet opgelegd. Op basis van een eerste reactie door ons op het concept-controlerapport werd het voornemen drastisch aangepast. De uitnodiging tot betaling die uiteindelijk werd opgelegd bedroeg ongeveer 10% van het in eerste instantie vastgestelde bedrag.Hieruit blijkt dat reeds in een vroeg stadium overleg moet plaatsvinden. Niet wachten tot er een uitnodiging tot betaling is opgelegd met alle gevolgen(uitstel van betaling en stellen van zekerheid) van dien.

Classificatie; aanvragen BTI en bezwaar

Een logistieke dienstverlener vraagt zonder hierover met zijn klant te hebben overlegd een BTI aan bij de Douane. De BTI wordt afgegeven voor een goederencode die de logistiek dienstverlener niet had verwacht. De inmiddels geinformeerde klant was het niet eens met de beslissing van de Douane. Dit zou immers betekenen dat voor al haar toekomstige aangiften de niet gewenste goederencode diende te worden gebruikt. De klant wendde zich tot ons met de vraag ofhet zinvol was om tegen deze BTI in bezwaar te gaan. Na overleg en beoordeling van de cases werd besloten tegen de BTI in bezwaar te gaan, ondanks het feit dat de Douane sterke papieren leek te hebben. Na vier maanden heeft de Douane de klant alsnog in het gelijk gesteld en is het bezwaar gegrond verklaar en is een nieuwe BTI afgegeven voor de gewenste goederencode. In de tussentijd heeft de klant alle binnenkomende zendingen moeten aangeven onder de goederencode van de oorspronkelijke BTI. En daarnaast heeft zij afspraken met de Douane moeten maken om iedere aangifte te betrekken in de bezwaarprocedure. Ook moest de klant nog een apart terugbetalingsverzoek doen voor de betaalde douanerechten. Achteraf had deze onnodige en kostbare procedure kunnen worden voorkomen wanneer de aanvraag van de BTI goed en uitgebreid was gemotiveerd. Hieruit blijkt het belang van het indienen van een goed gemotiveerde aanvraag van een BTI.

AEO; vijf voor twaalf

Een aantal grote logistieke dienstverleners heeft de afgelopen periode de gele kaart gekregen van de Douane. Voor de AEO-status waren zij namelijk niet of onvoldoende in control. Het verliezen van de AEO-status heeft voor zo’n bedrijf natuurlijk enorme gevolgen. Daarom zijn wij door deze bedrijven gevraagd om het door ons ontwikkelde AEO-Control Framework te implementeren. Voor al deze bedrijven heeft deze succesvolle aanpak geleid tot het behoud van de AEO-status. Ook is veel beter inzichtelijk gemaakt wat de interne verantwoordelijkheden en controle-activiteiten inhouden. Zowel de opdrachtgever alsook de Douane concludeerden dat werd voldaan aan de eisen van beheersing en monitoring.

Export control; goede classificatie van belang

Bij een controle van een producent en exporteur van chemicaliën werd door de Douane vastgesteld dat het bedrijf goederen had geëxporteerd waarvoor een exportvergunning verplicht was. Deze omissie is een economisch delict en het bedrijf ontving een aanzienlijke boete.

Bedrijven kunnen dit soort boetes natuurlijk betwisten, maar niet altijd met succes. Wat echter niet voorkomen kan worden en wellicht erger, is dat de naam van het bedrijf negatief in het nieuws komt. Het bedrijf heeft immers goederen geëxporteerd naar landen waarop sancties van de VN, de EU en de VS van toepassing zijn. Als het kwaad geschied is, heeft dit vaak “reputational damage” tot gevolg en kost dat veelal klanten. Voorkomen is echter beter dan genezen. Customs Knowledge assisteert ondernemingen met de classificatie van goederen voor tweeërlei gebruik (dual-use), militaire goederen, chemicaliën of handel met gesanctioneerde landen. Daarbij stelt Customs Knowledge in overleg met het bedrijf vast of een exportvergunning noodzakelijk is en of export überhaupt mogelijk is.