BTW bij invoer

Naast douanerechten of anti-dumpingheffing, wordt ook omzetbelasting of BTW bij invoer geheven. Hoewel het douanerecht nog meestal beperkt blijft tot enkele procenten, is de BTW meteen 6 of 21%. In de meeste gevallen is de heffing van de BTW echter “broekzak-vestzak”. De BTW wordt betaald en daarna door de onderneming weer in aftrek gebracht. Als de goederen direct bij aankomst in de EU echter onder douanetoezicht worden geplaatst (bijvoorbeeld douanevervoer, douane-entrepot of tijdelijke invoer) dan hoeft de BTW nog niet worden betaald.

De Nederlandse BTW-wetgeving biedt de mogelijkheid om de BTW te verleggen naar de afnemer van de goederen. Zo hoeft de BTW niet eerst te worden afgedragen bij de invoer en daarna weer worden teruggevraagd. Dat is ook mogelijk als een logistiek dienstverlener de aangifte voor de importeur verricht. Deze verleggingsmogelijkheid biedt een belangrijk liquiditeits- en financieringsvoordeel. Wanneer de logistiek dienstverlener een buitenlandse opdrachtgever heeft, dan kan hij fiscale vertegenwoordiging aanbieden en ook verlegging toepassen.

Het betalen of verleggen van BTW, maar ook de fiscale vertegenwoordiging, brengen diverse verplichtingen met zich mee. En verplichtingen betekent meestal aansprakelijkheid. Customs Knowledge kan u adviseren hoe u hier op een verantwoorde manier mee omgaat, hoe u claims voorkomt en zo nodig kan Customs Knowledge procederen om een ten onrechte opgelegde UTB of naheffingsaanslag alsnog ongedaan te krijgen.

 

Copyright © 2017 Customs Knowledge. Zie ook onze Algemene voorwaarden Customs Knowledge BV en disclaimer.